Waarom wil ik in hemelsnaam juf worden?

Ja, die vraag stel ik mezelf regelmatig. Een week of wat geleden kwam ik uitgeput thuis, na een dag met 25 gillende 4- en 5-jarigen. Onlangs besloot ik me om te laten scholen. Altijd heb ik juf willen worden. Nooit heb ik het gedaan. Cijfers waren veiliger. En dus ging ik die kant op. Maar nu word ik dus juf. De timing was alles behalve perfect. Twee weken na mijn inschrijving, bleek ik zwanger… Met 36 weken zwangerschap stond ik nog voor de klas, omdat ik zo min mogelijk stagedagen wilde missen. Door corona en mijn aanstaande verlof had ik al veel gemist/zou ik nog veel gaan missen.

Nooit had ik me voor kunnen stellen what a hell of a job het is om een kind op de wereld te zetten en te verzorgen. Daarnaast studeren en stage lopen vind ik, op z’n zachtst gezegd zwaar. En dus is het soms best lastig, die gillende kleuters. In hemelsnaam. Waarom doe ik mezelf dit aan? Nou, hier komt ‘ie dan.

Mijn jeugd was heel onveilig. Ik wil er niet al te veel over zeggen. Mijn lieve moeder heeft er alles aan gedaan om ons op te laten groeien tot fijne mensen. Maar helaas was er ook een vader in beeld. En ondanks dat mijn moeder er alles aan heeft gedaan om ons te beschermen, is dat niet gelukt. De rechter oordeelde anders en besliste tot een verplichte omgangsregeling. De rechter zal vast niet wakker hebben gelegen van de consequenties van zijn beslissingen. Zodra het kon en mocht, op 12-jarige leeftijd, verbrak ik het contact met mijn biologische vader. Het leed was al geschied. Ik was een intelligent en gevoelig kind. Ik voelde aan wat er van mij verwacht werd. Ik kon mezelf redden. En dus werd er niet naar mij omgekeken. Mijn behoeftes waren niet in beeld. Want alles ging goed met mij. Ik was lief. Ik was braaf. Ik was vrolijk. Ik deed het goed. Maar, in werkelijkheid was ik eenzaam en verdrietig. Ik had het nodig om te horen dat ik mocht bestaan. Ik had ook hulp nodig. Misschien niet met mijn sommen of taaloefeningen. Maar ik had zo hard hulp nodig.

En dat is waarom ik het onderwijs in wil gaan. Elk kind mag er zijn. Elk kind mag gezien worden. Niet alleen dat kind dat met zijn sommen niet meekomt. Die verdient uiteraard goede begeleiding. Maar ook dat intelligente kind, dat verdient het om gehoord te woorden. Ook dat kind dat sociaal-emotioneel achterloopt en geen aansluiting vindt. Het kind dat geen vriendjes heeft. Het kind dat boos is op alles en iedereen. Het kind dat dromerig voor zich uitstaart. Het kind dat er anders uit ziet en daarom misschien getreiterd wordt. Dat ene kind, dat zichzelf best redt en verantwoordelijkheden heeft die een 6-jarige niet hoort te hebben. Ja ook dat kind wil gezien worden. Ik heb niet de illusie dat ik de wereld kan veranderen. Maar ik hoop dat ik het verschil kan maken voor een aantal kinderen op deze aardbol.

Het breekt mijn hart als ik op school een jongen tref die overduidelijk in zware omstandigheden verkeert. Ik heb de juf er meerdere keren naar gevraagd. Ik krijg steeds een geïrriteerd antwoord, dat hij nou eenmaal niet in orde is. Wat er dan niet in orde is weet ik niet precies. Hij ademt verwaarlozing. Hij kijkt onzeker uit zijn ogen.. Ik heb een gevoelig hart en ben ik hypersensitief. Ik voel zijn energie. En dan is het tijd om les te geven aan een select groepje kleuters. Elke vraag van mij weigert hij te beantwoorden. Ik heb helemaal geen ervaring met zulke kinderen. Nu moet je weten, een goede les geven is voor mij als 1e jaars al moeilijk genoeg. Je denkt vast dat lesgeven niet zo moeilijk is. Ga het maar eens doen. Het is een relatief simpele les over tellen. Ik stel hem dus een vraag. Hij weigert te antwoorden. Hij weet, dat hij het niet kan. En hij weet dat ik het weet. Demonstratief gaat hij met z’n armen over elkaar zitten. Ik breek mijn hoofd over een oplossing, terwijl ik probeer mijn les niet stil te laten vallen. Hem negeren of minzaam lachen, zoals ik de juf weleens zie doe is de makkelijkste oplossing. Mijn hoofd draait op volle toeren. Als laatste redmiddel pak ik een grote stoffen dobbelsteen. Zeg, wil jij eens even rollen voor mij? Ik ben benieuwd hoeveel we gegooid hebben, dan kan ik het juiste aantal snoepjes klaarleggen voor alle hongerige kindjes. Tot mijn grote verbazing werkt het. Hij rolt. Hij telt. Hij telt ook de snoepjes. Het gaat niet goed, maar dat maakt me niet uit. Hij doet mee. Ik help hem, we tellen samen. Als feedback krijg ik mee dat ik hem alleen had moeten laten gaan en zelf maar had moeten laten tellen. Of hij nou wilde of niet. En weet je. Ik geef er geen fuck om. Hij heeft geteld. Samen met mij. Maar hij heeft het gedaan. Hij was trots. Ik gaf ‘m een aai over z’n bol. Hij geniet als ik later een verhaal voorlees terwijl hij z’n snoepje opeet. Wat de juf er van vindt kan me vandaag helemaal niets schelen. Inmiddels zit hij in een andere klas, maar elke keer als ik hem zie dan lacht hij naar me en noemt hij me bij mijn voornaam.

En dat is waarom ik juf wil worden. Elk kind mag er zijn. Elk kind mag gezien worden. Ik hoop een veilige haven te kunnen zijn voor de leerlingen die ik later onder mijn hoede heb. Ik hoop ze te leren om elkaar te respecteren. Ik hoop het kind achter de prestaties te kunnen zien. En wat ik vooral hoop; ik hoop dat ik mijn open blik en nieuwsgierigheid mag behouden.

Vooralsnog incasseer ik knuffels, is er een jongetje verliefd op me, strik ik eindeloos losse veters, doe ik jassen en wanten aan, pluk ik voor de 23e keer een kind van de gang, sus ik ruzies, droog ik tranen, verbind ik kapotte knieën, maan ik voor de 100e keer tot stilte, mopper ik op het kind dat niet op zijn stoel kan blijven zitten, mopper ik op het kind dat weer onder de tafel ligt, of op dat kind dat alweer zijn beker omgooit. Ik vertel verhalen. Ik lees boeken voor. Ik zit onder de verf, lijm en stift na een schooldag. Ik vertel voor de 6e keer dat ze een beetje moeten opschieten met eten, want we moeten ook nog buitenspelen. Eindeloos vaak zet ik stoeltjes op de tafel. En in de kring. En aan de tafel. Ik help met puzzels die op de grond gevallen zijn en voor zo’n kleuter onmogelijk in 5 minuten weer te maken is. Lijmpotjes worden gevuld. Onenigheid bij het planbord over wie in welke hoek mag spelen. Aan het einde van de dag poets ik tafeltjes en veeg ik de vloer. Er komt een stofzuigerzak met zooi per dag van de vloer. Kinderen maken rotzooi. Vermoeid zeg ik dat ik VINGERS wil zien, als ze iets willen vertellen. Alles wat je zegt vinden ze grappig. Maar dat lachsalvo weer temperen valt nog niet mee. We dansen en zingen. Maar bovenal moedig ik de leerlingen aan. En dit alles is doodvermoeiend. Maar wie weet is er vandaag een kind dat zich gehoord en geborgen voelt. Wie weet is er iemand die zich mij over 40 jaar nog herinnert…..

De dag zit er op. Een kind pakt mijn hand vast en legt z’n hoofd tegen me aan. Een ander kind komt met een grote lach op me afgerend en knuffelt me. Thuis ga ik even liggen. Mijn oren tuteren van het lawaai. Ik kijk naar de verf op mijn handen. Mijn ogen vallen langzaam dicht. Moe, maar zo voldaan.

1 gedachte over “Waarom wil ik in hemelsnaam juf worden?”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *